Belle van Bodegraven – Deel 3

Speciaal voor EditieGroeneHart.nl verschijnt van de hand van de Bodegraafse schrijver Ronald van Assen het historische tweewekelijkse vervolgverhaal Belle van Bodegraven. Belle van Bodegraven is een verhaal dat zich afspeelt aan het eind van de 18e eeuw in de omgeving van Bodegraven. Hoofdpersoon is de zestienjarige Belle. Een behulpzaam meisje met een hang naar avontuur wat haar regelmatig in de problemen brengt. 

Belle van Bodegraven

Deel 3

Belle krijgt geen hap meer door haar keel. Hoort die jongen in de schuur bij die roversbende? Hij kwam zo beleefd over, schuchter bijna met zijn ge-mevrouw. Niet iemand die je verdenkt van roverspraktijken. Aan de andere kant … zijn verhaal was op zich geloofwaardig, maar wel vreemd. Waarom wantrouwt die schipper hem? Weet die schipper meer over hem dan Wybe toe wil geven? Is hij minder te vertrouwen dan hij zelf zegt? Dat hij gevaarlijk is, gaat er bij haar niet in. Ja, ze schrok toen ze hem zag, maar hij schrok net zo hard. En als hij inderdaad een voortvluchtige moordenaar is, dan had hij haar echt niet zomaar laten gaan.

Wat moet ze doen? Hem zonder meer verraden wil ze niet. Ze weet wat hem dan te wachten staat. Hij heeft alle schijn tegen. Zelfs al is hij onschuldig zullen ze hem net zolang in de kerkers bewerken tot hij alles toegeeft. Hij zal alles bekennen, zelfs de meest afschuwelijke zaken waar hij part noch deel aan heeft. Maar wat als ze zich vergist? Een voorvluchtige moordenaar beschermen wil ze ook niet.

Ze kijkt de rest van de gezinsleden met een schuin oog aan en probeert ondertussen kalm te blijven. Zonder erbij na te denken, brengt ze haar vork van het bord naar haar mond. Ze kauwt langdurig en proeft niet wat ze eet.

‘Vader,’ begint ze voorzichtig, ‘hoe zien die twee voortvluchtige rovers eruit?’

Vader kijkt haar niet begrijpend aan. ‘Gewoon, zoals alle rovers eruitzien … gevaarlijk, onverzorgd, als landlopers. Mensen die we liever kwijt dan rijk zijn. Wat boeit dat? Iedereen weet toch hoe dat uitschot eruitziet?’

‘Maar zo zien er wel meer mensen uit, daarom zijn het toch niet allemaal rovers.’

‘Wat kan mij dat schelen. Zolang de schout ze maar kan herkennen. Waarom wil je dat weten? Je hebt ze toch niet gezien?’



Wat moet ze antwoorden? Ondanks haar dubieuze titel van “brutale Belle” wil ze niet liegen tegen haar ouders. Maar als ze de waarheid zegt, verraadt ze die jongen in de schuur. Ineens schiet haar iets te binnen. Haar vader heeft het over “ze” en zij heeft maar één jongen gezien. Het is wellicht een vergezocht spelletje met woorden, maar het komt haar in dit geval wel heel goed uit.

‘Nee, ik heb die mannen niet gezien,’ zegt ze met een stalen gezicht.

‘Dat is maar goed ook. Nu houden we erover op.’

Zonder er nog woorden aan vuil te maken, nuttigen ze de rest van de maaltijd.

Zo gauw Belle haar moeder heeft geholpen met de afwas gaat ze terug naar de schuur. Ze recht haar rug als ze de deur opent. Tussen de plooien van haar rok verbergt ze een mes dat ze voor alle zekerheid heeft meegenomen. Je kan immers nooit weten. Niet dat ze er veel mee uit kan richten want echt scherp is het niet.

‘Wybe,’ fluistert ze. Er volgt geen antwoord en even denkt ze dat hij er alsnog vandoor is gegaan. Dan hoort ze geschuifel vanaf de zolder.

‘Belle, ben jij dat?’

‘Ja.’

‘Kan ik naar beneden komen of kom jij naar boven?’



Ze verheft haar stem om zo stoer mogelijk over te komen. ‘Jij blijft daar en ik hier. Als je naar beneden komt, ga ik gillen en dan ben je erbij. Voordat ik je help wil ik eerst iets weten en ik hoop dat je een eerlijk antwoord geeft. Als ik merk dat je liegt, schreeuw ik zo hard dat mijn vader en broers denken dat er hierbinnen iemand wordt vermoord.’

Wybe steekt zijn hoofd boven de kisten. Hij ziet er geschrokken uit. ‘Wat wil je weten dan? Ik heb je alles al verteld.’ Zijn stem trilt.

‘Hoor jij bij die roversbende?’

‘Wat? Over welke bende heb je het?’

‘Hoezo? Maakt het uit dan over welke bende ik het heb?’

‘Ja … nee … ik bedoel, natuurlijk niet. Ik ben helemaal geen lid van welke bende dan ook. Ik ben een goudeerlijke scheepsjongen.’

‘Dus je hoort niet bij die bende die vannacht in Woerden heeft huisgehouden?’

‘Nee, waar zie je mij voor aan. Ik heb altijd mijn geld op een eerzame manier verdiend. Ik dacht dat je mij vertrouwde.’

Belle slaakt een zucht. ‘Dat deed ik ook tot mijn vader tijdens de maaltijd vertelde dat er vannacht een roversbende tekeer is gegaan in Woerden. Er zijn er twee gepakt en twee ontsnapt. Daar is de schout naar op zoek.’

‘En toen dacht jij meteen, dat ik één van die ontsnapte rovers ben. Mooi is dat.’

‘Om eerlijk te zijn wel. Ik had zelfs een mes meegenomen om me te verdedigen.’

‘Dat botte ding,’ lacht Wybe als ze het snijwerktuig toont. ‘Daar kan je nog geen homp brood mee snijden.’

‘Je kan er gelukkig om lachen. Ik ga zo snel mogelijk iets regelen om je in Gouda te krijgen. Wacht hier op me.’

‘Wees maar niet bang. Ik loop niet weg.’



Wanneer Belle de keukendeur wil openen, stapt net haar moeder naar buiten. ‘Ah, daar ben je. Ik was naar je op zoek. Wil jij het paard inspannen. We gaan naar het dorp om een bestelling op te halen. Dan kunnen we op de terugweg meteen bij Dinie langs.’

Belle weet even niet wat ze moet zeggen. ‘Maar …’ hakkelt ze, ‘mijn klussen dan?’

‘Die heb je toch al gedaan? Wat is dan het probleem? Ga het paard nou maar inspannen. Hoe eerder we vertrekken des te langer we bij Dinie kunnen blijven.’

Schoorvoetend doet Belle wat haar gevraagd wordt. Haar moeder had geen slechter tijdstip uit kunnen kiezen om naar het dorp te gaan.

Als het paard en de kar klaarstaan, wacht ze geduldig op de bok tot haar moeder opstapt. Het paard snuift, het heeft zin om een stuk te lopen.

Net als ze het erf afrijden, komt Leendert hun tegemoet. ‘Naar het dorp?’

Moeder knikt. ‘Moet jij je vader niet helpen op het land?’

‘Heb ik gedaan, maar hij had een andere klus voor mij. De hooizolder in de schuur opruimen.’

Belle laat van schrik bijna de teugels los. Wybe! Ze moet Wybe waarschuwen, maar hoe?



Over twee weken deel 4 van Belle van Bodegraven.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Geschreven door:

Ronald van Assen

MEER COLUMNS

Mesdagstraat afsluiting.
Column, Cornelis Hagen

Mesdagstraat afsluiting.

Advertentie