Het ziet er niet goed uit voor de vader van Belle

Het spannende avontuur van Belle van Bodegraven,

Speciaal voor EditieGroeneHart.nl verschijnt van de hand van de Bodegraafse schrijver Ronald van Assen het historische tweewekelijkse vervolgverhaal Belle van Bodegraven. Belle van Bodegraven is een verhaal dat zich afspeelt aan het eind van de 18e eeuw in de omgeving van Bodegraven. Hoofdpersoon is de zestienjarige Belle. Een behulpzaam meisje met een hang naar avontuur wat haar regelmatig in de problemen brengt. 

Deel 11

Belle kijkt haar oudste broer met grote ogen aan. Ze had zich op alles voorbereid, maar niet op dit. Haar hele avontuur met Wybe, de ontvoering, de ontsnapping vanaf de boot, het herstel in het huisje van Harm en uiteindelijk de tocht naar huis, alles is ineens vergeten.

Ze stormt het huis binnen en vindt haar moeder in de keuken. Beiden zwijgen en staren naar elkaar alsof ze niet weten hoe te reageren op de situatie. Belle, die altijd haar woordje klaar heeft, kan geen woord uitbrengen. Van “brutale Belle” is op dit moment geen sprake.

Het is moeder die de stilte doorbreekt. ‘Waar heb jij uitgehangen? Heb je enig idee wat je ons hebt aangedaan? Leendert heeft zo gauw hij thuiskwam alles opgebiecht, maar dat is weet ik hoeveel dagen geleden. Ik ben helemaal de tel kwijt. Eerst jij die van de aardbodem verdwenen lijkt te zijn, dan het ongeluk van vader. Rampspoed komt zelden alleen.’

‘Hoe is het met vader?’

‘Meid, ik heb nachtenlang wakker gelegen en gebeden om jouw thuiskomst. Ik wist niet waar ik het moest zoeken. We hebben aan iedereen gevraagd of ze wisten waar jij was, maar niemand kon ons iets vertellen. Leendert is met de kar naar Gouda gegaan om jou daar te zoeken, maar tevergeefs. Ik ben zo bang geweest dat ik je nooit meer terug zou …’ Haar stem stokt. Dikke tranen rollen over haar wangen.

Ook bij Belle hebben de waterlanders vrij spel. Ze valt haar moeder om de hals. ‘Het spijt me zo,’ snikt ze, ‘ik wilde alleen maar helpen. Maar toen kreeg ik die klap op mijn hoofd en werd ik wakker op dat schip … en het water was zo koud … en in het weiland wist ik in het donker niet waar ik was … en ik ben zo ziek geweest, maar Harm was heel aardig. Oh mama, ik ben ook zo bang geweest.’

‘Wat is er met je gebeurd en waar ben je allemaal geweest?’ Ze kan de woorden amper uitbrengen.

Belle ontworstelt zich aan de greep van haar moeder. ‘Dat vertel ik straks. Wat is er nu met vader aan de hand?’

Moeder pakt haar geblokte zakdoek uit haar schort en droogt haar tranen. Ze heeft vuurrode ogen. ‘Vader is met de kar omgekiept. Zijn been is op meerdere plaatsen gebroken. Het is de vraag of hij ooit nog kan lopen. Volgens de dokter ziet het er niet goed uit.’

‘Hoe kan dat?’ roept Belle ontzet. ‘Als er iemand voorzichtig is met de kar is het vader wel.’

‘Het is ook niet zijn schuld. Hij was met jouw oom Kees naar de Prinsendijk. Je weet wel, waar jouw oom steeds probeert fuiken te zetten in de Enkele Wiericke, maar waar hij altijd de weg kwijtraakt. Er moesten boomstammen geladen worden en op de terugweg ging het mis. Jouw oom zou wel eens de kar keren. Hij vergat alleen dat ze zwaar beladen waren en dat de rem er nog opstond. Voor ze het doorhadden lagen ze onderaan de dijk en kreeg vader een deel van de lading op zijn been. Het is nog een wonder dat hij het er verder zonder kleerscheuren heeft afgebracht.’

‘Waar is hij nu?’

‘Hij ligt in de bedstee. We hebben hem met vereende krachten erin getild.’

‘Ik ga gelijk naar hem toe.’

Moeder houdt haar tegen. ‘De dokter heeft hem laudanum gegeven tegen de pijn. Hij is heel suf en vooral somber. Hij maakt zich grote zorgen hoe het verder moet met de boerderij. Tot nu toe redden we het met jouw broers, maar als vader nooit meer kan werken wordt het een ander verhaal. Het is nog een geluk bij een ongeluk dat het niet onze kar was, anders waren helemaal onthand. Misschien heeft jouw terugkeer een goede invloed op zijn gestel, want ook hij heeft erg in de rats gezeten over jou. Hij heeft het wel niet met zoveel woorden gezegd, maar ik kon het aan hem merken. Wat dat betreft ken ik jouw vader van haver tot gort. Ga maar bij hem kijken, maar voorzichtig aan.’

Belle knikt en opent de deur naar de woonkamer. Het is donker, de gordijnen zijn gesloten. Ze snuift de bekende lucht op van haar eigen huis. Wat heeft ze dit gemist de afgelopen tijd. Bijzonder dat deze details zo van invloed zijn. Alles wat gewoon leek, haar leventje op de boerderij, haar dagelijkse bezigheden, waren ineens niet meer vanzelfsprekend.

Vanuit de bedstee hoort ze gezucht en gesteun. Ze komt langzaam naderbij, bang voor wat ze zal aantreffen. Haar vader, die sterkte kerel waar ze als klein kind met ontzag tegenop keek, ligt nu hulpeloos op zijn slaapplaats, niet wetende of hij ooit nog normaal kan lopen.

‘Water,’ hoort ze hem mompelen. ‘Zo’n dorst.’

‘Ik zal water voor u halen.’

‘Belle? Ben jij dat, Belle?’

‘Ik zal eerst water halen.’

‘Nee,’ klinkt het resoluut. ‘Nee, dat kan wachten. Kom hier, meissie. Wat ben ik blij jouw stem te horen. Waar ben je toch geweest?’

In het kort vertelt ze haar avontuur. Het komt er door alle emoties op sommige momenten met horten en stoten uit. Hoewel ze haar vader niet te veel wil vermoeien, komt alles aan bod.

‘Wat een verhaal,’ zegt vader als ze klaar is. ‘Ik ben blij dat het allemaal goed is afgelopen.’

‘Met mij gelukkig wel. Wat u heeft meegemaakt is ook niet niks.’

‘Ach, maak je om mij geen zorgen.’

‘Dat doe ik wel,’ reageert ze fel. ‘Moeder maakt zich ook grote zorgen. Hoe moet het verder als u het werk op de boerderij niet meer kunt doen?’

‘Jouw moeder maakt zich meer zorgen dan goed voor haar is. We moeten vertrouwen hebben op een goede afloop. En vlak jouw broers niet uit. Die kunnen heel wat werk verzetten. Nee, ik maak mij meer zorgen om moeder.’

Belle kijkt haar vader verbaasd aan. ‘Waarom?’

‘Ik weet niet wat er met haar is de laatste weken. Ze is zo snel uit haar doen, zo ken ik haar helemaal niet.’

‘Heeft dat niet met mijn verdwijning en uw ongeluk te maken?’

‘Was dat maar zo,’ zucht vader, ‘dan kon ik het verklaren. Nee, er speelt meer. Er is iets met haar aan de hand en ze probeert het te verbergen, maar ik voel dat het niet goed gaat. Praat met haar, Belle. Mij wil ze het niet vertellen, maar misschien wil ze jou haar geheim toevertrouwen.’

Deel dit bericht:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Geschreven door:

Ronald van Assen

MEER COLUMNS

Mesdagstraat afsluiting.
Column, Cornelis Hagen

Mesdagstraat afsluiting.

Advertentie